Woordenschat 6 les 11A

terug naar overzicht woordenschat  6 

kies uit:  oog , loodjes , pen , ogen , kluts , laan
1. De directeur is ontslagen.
Hij is de uitgestuurd
2. Zij ontsnapte aan een groot gevaar.
Ze kroop door het van de naald
3. Het moeilijkste moet nog komen.
De laatste wegen het zwaarst
4. Ik wil jou even alleen spreken .
Ik wil jou onder vier spreken
5. Mijn moeder heeft veel meegemaakt.
Dat is met geen te beschrijven

6. Opa was in de war.
Hij was de kwijt.