earth-globe.gifWoordenschat groep 5 les 32 a
oefening 35 Boven of onder

Vul de goede woorden in
1. De directeur van de school heette vroeger meester.
2. "Dat ga ik zoeken!"zei de agent.
3. De reiziger was al drie dagen weg.
4. Het is hier erg glad. Je gaat zo uit.
5. Op de kant van de kast ligt veel stof.
6. De zolder van het huis is op de verdieping.
7. "Mag ik komen?"riep ze onderaan de trap.
8. Een slipje is een broek.
9. "U bent de stebeste!"riepen de kinderen.
10. De agent begon met de vraging van de verdachte.
11. Neem altijd het ste blik uit de stapel!