Taal Actief thema 02 au of ou ? deel 2

1. De kabeljw (au of ou?) is al weer duurder geworden.
2. Hij was nogal wantrwend (au of ou?) en fronste slechts zijn wenbrwen.(au of ou?)
3. Met trieste ogen aanschwde (au of ou?)het publiek zijn verlies.
4. Het publiek begon de trainer uit te jwen. (au of ou?)
5. Doe niet zo flw (au of ou?)en vw(au of ou?) dat servet even.
6. In Gda (au of ou?) kocht hij een hydrlische (au of ou?)boor.
7. Hij speelt in dit orkest lter (au of ou?) op de pken.(au of ou?)
8. Hij stond verbwereerd (au of ou?)te kijken.
9. Hij hoorde dat haring rw (au of ou?)wordt gegeten.
10. Hij ging bij de ps (au of ou?) op diëntie.(au of ou?)
11. Voor dag en dw (au of ou?)kondigden de herten(au of ou?) de komst van de koning aan.
12.Tijdens het klteren(au of ou?) scheurde hij zijn mw.(au of ou?)
13.Dat van die kabter(au of ou?) is natuurlijk maar flwekul.(au of ou?)
14.De bten(au of ou?) en moeren worden betaald door het bwfonds.(au of ou?)
15.Als jij zo snwt(au of ou?), ga ik niet mee.
16.Hij kreeg zoveel te sjwen (au of ou?) dat het een trma (au of ou?)voor hem werd.