childterug naar overzicht ontleden

Ontleden lesje 7
Gezegde -onderwerp -
lijdend voorwerp - meewerkend voorwerp

Zoek het werkwoordelijk gezegde ( alle werkwoorden in de zin)
en het onderwerp ( wie of wat doen het?
lijdend voorwerp (wie of wat +gezegde+onderwerp)
meewerkend voorwerp ( aan wie of wat+gezegde+onderwerp)

1 Jan leende zijn vriendje een boek.
werkw. gez. =
onderwerp =
lijdend vw. =
meew. vw. =

2 De moeder schreef een lange brief aan haar zoon.
werkw. gez. =
onderwerp =
lijdend vw. =
meew. vw. =

3 Leenders gaf de kinderen een atlas mee naar huis.
werkw. gez. =
onderwerp =
lijdend vw. =
meew. vw. =

4 De dokter schrijft de zieke een nieuw geneesmiddel voor.
werkw. gez. =
onderwerp =
lijdend vw. =
meew. vw. =

5 Vader heeft me een nieuwe fiets beloofd.
werkw. gez. =
onderwerp =
lijdend vw. =
meew. vw. =

6 Je moet je ouders onze groeten overbrengen.
werkw. gez. =
onderwerp =
lijdend vw. =
meew. vw. =

7 We wensten de emigranten een goede overkomst toe.
werkw. gez. =
onderwerp =
lijdend vw. =
meew. vw. =

8 Een euro bied ik je voor die oude voetbal.
werkw. gez. =
onderwerp =
lijdend vw. =
meew. vw. =

9 Vol trots liet Anneke haar rapport aan oma zien.
werkw. gez. =
onderwerp =
lijdend vw. =
meew. vw. =

10 Alva legde de burgerij zware lasten op.
werkw. gez. =
onderwerp =
lijdend vw. =
meew. vw. =