child terug naar overzicht ontleden
Ontleden lesje 2 Gezegde en onderwerp

Zoek het werkwoordelijk gezegde ( alle werkwoorden in de zin)
en het onderwerp ( wie of wat doen het?

1 Moeder draait het licht aan.
werkw. gez. =
onderwerp =

2 De heren steken een vuurtje aan.
werkw. gez. =
onderwerp =

3 De jongen zei z'n buurman het antwoord voor.
werkw. gez. =
onderwerp =

4 Bracht onze logé die heerlijke kersen mee?
werkw. gez. =
onderwerp =

5 In korte tijd loste de leraar het vraagstuk op.
werkw. gez. =
onderwerp =

6 Gisteren hebben we meer dan twee uur gewandeld.
werkw. gez. =
onderwerp =

7 Jan heeft buurman zijn rapport laten zien.
werkw. gez. =
onderwerp =

8 De oude vrouw raapte een portemonnee op.
werkw. gez. =
onderwerp =

9 Wie zou die hebben verloren?
werkw. gez. =
onderwerp =

10 Door de vele regens overstroomden de velden.
werkw. gez. =
onderwerp =