groep 6/7 Hoofdrekenen HW 20 rknpc

Vul steeds het goede antwoord in !
1. 5200 - 1600 =
2. 8000 - 2700 =
3. 9000 – 400=
4. € 80,- : 5 = € (splits € 80,- in € 50 en €30)
5. € 1,60 : 5= € (splits € 1,60 in € 1,50 en € 0,10 ; daarna kun je delen)
6. 4 X €12,50= €
7. De helft van € 27= €
8. Het derde deel van € 1,50 = €
9. 6 X 25 + 4 X 25 =
10. 13x50 - 3 x 50=
11. 20 gebakjes à € 1,20 per stuk kosten €
12. Piet koopt 5 repen van € 0,45 per stuk
Van 3 euro hij terug €
13. Vader koopt een auto voor € 12000,-.
Hij verkoopt die auto een jaar later voor € 5700,-.
Hij verliest €
14. Op 1 liter benzine loopt een bromfiets 36 km
Op 100 l. benzine loopt die bromfiets km
15. Op 1 liter benzine loopt een auto 13 km
Voor 143 km heeft die auto liter benzine nodig

16. 14 x 25 – 4 x 25 =
17. 1200:40= 1280:40=
18. Jan koopt 250 knikkers. 10 knikkers kosten 20 eurocent
Hij moet betalen €
19. Jaap spaart per week € 1,- Dat is per jaar €
20. 1 jaar = kwartalen. 24 kwartalen = jaar