groep 6/7 Hoofdrekenen HW 18 rknpc

Vul steeds het goede antwoord in !
1. 1001 – 11=
2. 1900 – 3=
3. 2700 – 3=
4. 4633 = 4000 + 603 +
5. 6000 + 700 + 50 + 9=
6. € 7,08 - € 5,20 = €
7. 5 km - 500 m = m.
8. 7000 m - 2 km = km.
9. 12 munten van € 0,50 = euro
10. 36 munten van € 0,10 = €
11. 1 kg rundvlees kost € 40,-. 1 ons kost € .
12. 1 pond rijst kost € 1,50. Wat kost 7 ons ? € .
( reken eerst 1 ons uit: € )
13. 3 pond zout kost € 1,53. 1 pond kost € 1,53 : 3 = €
7 pond zout kost 7 x € = €
14. 9 ons suiker kost € 1,35
1 ons suiker kost € 1 kilo suiker kost €

15. 7 uur = minuten.
16. Piet heeft 80 knikkers. Hij verdeelt ze tussen Jan en Kees.
Jan krijgt er 20 meer dan Kees.
( Als je de 20 knikkers er eerst vanaf pakt en aan Jan geeft,
blijft de rest over die ze gelijk verdelen)
Kees krijgt dus knikkers.
17. 8 km- 8 m = m.
18. 2 jaren = dagen.(geen schrikkeljaren )
Weet je het nog? Een gewoon jaar heeft 365 dagen;
een schrikkeljaar - om de vier jaar - heeft 366 dagen)
19. Jan heeft 200 knikkers. Hij geeft het vijfde deel aan Kees.
Hij houdt zelf knikkers over.
20. 1 kg uitstekende koffiebonen kost € 38 . 1 pond kost €