groep 6/7 Hoofdrekenen HW 15 rknpc

Vul steeds het goede antwoord in !
l. € 45,86 = € 40,- + € 0,80 + € + € 0,06
2. € 26,55 = € 26,05 + x € 0,25
3. € 74,38 = € 0,38 + euro’s.
4. 8000 – 200= 6000 – 300= 9000 – 50 =

5. 4004 – 5=
3003-6=
2007 – 9 =
7001-5=

6. 6 X € 4,50 = € 4 x € 2,60 = €
8 X € 1,60 = €

7. € 38,- : 2 = € € 48,- : 2 = € € 49,- : 2 = €

8. 770 + 560= 340 + 780= 960 + 280=
9. 870 – 100 = 870 – 99 = 870 – 96 =

10. 5 dozijn pennen pennen.
11. Vader koopt 6 pakjes koffie à € 2,25. ( Bereken 6 x € 2,25 = 3 x € )
Ze kosten samen €
Van een briefje van 20 euro krijgt hij terug €
12. Eén doosje met 10 pennen kost € 2,80
Voor € 5,60 kan Joshua doosjes kopen.
Voor € 56,00 koopt hij doosjes
13. Opa eet per dag 3 broodjes.
Dat is in de maand maart 93 broodjes. (maart heeft dagen)
14. Moeder koopt 5 pond vlees van € 14,- per kilo kost €
(Reken eerst een pond uit: 1 pond kost € )
15. 5 kilo boter van € 6,- per pond kost €
Reken eerst 1 kilo uit: €
16. 5 jongens verdelen € 5,75. leder krijgt €
17. 14 munten van € 0,10 + 6 munten van € 0,05 = € .
18. 6 munten van € 2,00 + 3munten van € 0,50 = €

19. De lengte van een tuintje is 25 m, de breedte is 16 m.
De omtrek = m.

20. De lengte van een stuk land is 160 m, de omtrek is 460 m De breedte is m.
(Tip: Omtrek = 2 x lengte + 2 x breedte
Als je de lengte 2 x neemt en dan van de omtrek aftrekt , houd je 2 x breedte over.
Van deze lengte neem je dan de helft!)