groep 6/7 Hoofdrekenen HW 08 rknpc

Vul steeds het goede antwoord in !
1. € 10,- = € 2,50 + €
2. € 15,- = € 10,- + 2 x €
3. € 12,- = munten van 10 eurocent.
4. 3 keer €2,50 + 5 euro = €
5. € 2,50 - € 1,52= €
6. 4 X €4,24 = €
7. Het derde deel van € 1,50= €
8. 12 x 25 eurocent = x 50 eurocent = €
9. 450 dm = m.
10. 60 pennen = dozijn.
11. 16 jongens verdelen 320 knikkers. leder krijgt knikkers.
12. In één doos zijn 60 repen chocolade.
In 8 dozen zijn dus repen.
13. Maart, juni en augustus hebben samen dagen.
14. 140 dagen = weken.
15. 20 knikkers kosten € 0,80.
180 knikkers kosten €
16. 10 munten van 20 euro cent =€
17. Voor € l,- kan ik 4 ansichtkaarten kopen.
Voor € 4,- kan ik kaarten kopen.
18. 1 ons thee kost € 1,10. 1 pond kost €
19. 1 pond kaas kost € 6,50.
1 kilo kaas kost €
20. 3 fietsen kosten samen € 900,-. Tip : Reken eerst één fiets uit: €
2 fietsen kosten samen €