Begrijpend Lezen 7 taak 13b De keizer

Je mag uitrekenpapier gebruiken!

De keizer
1 De keizer was een lastige keizer. Het vorig jaar wilde hij Kerstmis al in oktober vieren
2 met een kerstboom die iets heel bijzonders moest zijn. Daartoe hadden de lakeien een
3 danseres als boom opgetuigd en het arme meisje heeft zo de hele avond doodstil op
4 één been moeten staan.
5 Wat zou het dit jaar worden? Gelukkig niets in oktober. Niets in november, nog niets op
6 22 december ... maar toen, op de avond van de 24ste, beukte de keizer met zijn zware
7 gouden kroon op de eikenhouten tafel en riep: "Ik wil het kerstverhaal horen!"
8 "Pardon Sire, welk kerstverhaal bedoelt u eigenlijk?" vroeg de tweede lakei timide en
9 heel beleefd.
10 "Versta je me niet?" schreeuwde de keizer. "Hét kerstverhaal zei ik."
11 "Maar-maar-maar welk is hét-hét-hét?" stotterde de derde lakei ....
12 De keizer smeet zijn gouden kroon op de spiegelgladde vloer, zodat het ding kletterend
13 door de zaal vloog en in een hoek tegen het gordijn plofte.
14 "Ga ... zoeken!" bulderde de keizer. De lakeien vlogen naar de hoek, raapten gedrieën
15 de kroon op en kwamen er op een deftig drafje mee aanzetten.
16 "Ik bedoel het verháál ... !" schreeuwde de keizer, purper van woede. "Zoek het
17 kerstverhaal en vertel het me. Onmiddellijk. Mars."
18 De lakeien zetten de kroon neer en verlieten achteruitlopend de zaal, diepe buigingen
19 makend, zodat ze buiten in de gang over elkaar vielen.
20 "Poeh," sprak de eerste. "Boe," sprak de tweede. "Foei, foei, foei," stotterde de derde.