Begrijpend Lezen 7 taak 12 Fietsenfiets
Hoofd- en bijzaken

1 Vraag een Amerikaanse toerist wat hem het meest is opgevallen in Nederland en je
2 krijgt steevast te horen: de molens, de tulpen en de fietsen. Dat is onzin,
3 alsof Nederland één groot bollenveld zou zijn met draaiende molenwieken waar je
4 naar kijkt. Maar toch heeft die Amerikaan wel een beetje gelijk, want dat van die
5 fietsen, ja, dat klopt toch wel. Er is bijna geen land te bedenken waar zoveel gefietst
6 wordt als Nederland. Alleen China gaat ons nog voor. Maar met veertien miljoen
7 klassieke fietsen, supersportfietsen, ATB's, citybikes, hybride fietsen, semiracefietsen
8 en racefietsen op vijftien miljoen inwoners heeft Nederland wel de hoogste
9 fietsdichtheid ter wereld. Er is buiten Nederland waarschijnlijk ook geen land ter
10 wereld waar echt iedereen fietst: koningin, ministers, makelaars, metselaars, kantoor-
11 bedienden en managers van multinationals. Er is geen land waar zoveel kunstenaars
12 zich door het stalen ros laten inspireren. In de vorige eeuw schreef de Schoolmeester
13 al over wat toen nog de vélocipède heette. Later kwamen daar dichters en schrijvers
14 bij als Herman Gorter, Gerrit Kouwenaar, Kees van Kooten en Tim Krabbé. Zelfs
15 Clouseau fietst! Stel je eens voor dat de gebruikers van al die fietsen in een keer met
16 z'n allen besluiten om hun fiets aan de kant te zetten en met het openbaar vervoer of
17 met de auto te gaan. Hoe zou Nederland er dan uitzien, denk je? De treinen en bussen
18 afgeladen vol, en de wegen helemaal verstopt. We kunnen gewoon niet zonder de fiets,
19 dat is wel duidelijk. De fiets is al belangrijk, maar in de komende jaren zal de fiets alleen
20 nog maar belangrijker worden. De fiets is een volwaardig en het meest
21 milieuvriendelijke vervoermiddel. Fietsen doe je niet alleen omdat je geen auto hebt.
22 ledereen in Nederland fietst, omdat het gemakkelijk, goedkoop, snel, schoon, gezond
23 en ook gewoon leuk en sportief is. Nederland is vlak en de afstanden zijn niet al te
24 groot. De fiets is in die omstandigheden een heel praktisch vervoermiddel. Met
25 veertien miljoen fietsen in Nederland kun je zondermeer stellen dat de fiets in een
26 grote behoefte voorziet. Voor jongeren is de fiets het enige eigen vervoermiddel.
27 Zonder fiets zou je helemaal afhankelijk zijn van je ouders of van de rijtijden van het
28 openbaar vervoer. Van hoog tot laag bestijgt iedereen wel eens zijn karretje, als
29 vervoermiddel naar school en naar het werk, op vakantie, of om toertochten of
30 wedstrijden mee te rijden. Veel mensen hebben zelfs meer dan één fiets: een stadsfiets
31 voor door de week, en een racefiets of een ATB om erop uit te gaan. Zo iemand is Harry
32 (17 jaar). Hij gaat wel elke dag op de fiets naar school maar hij noemt zichzelftoch een
33 echte 'weekend-fietser'. "Vroeger wilde ik een racefiets hebben. Maar het is uiteindelijk
34 een ATB geworden. Ik ga bijna elk weekend met een paar vrienden naar de hei. Daar
35 hebben we zelf een soort parcours uitgezet, met flink veel bochten en heuvels. Dat is
36 best wel ruig."